dinsdag 29 december 2009

En drie




Nog drie manen van Han - gewoon, omdat-ie mooi is, de maan.
Overigens allemaal gefotografeerd vanuit onze tuin. Het zijn dus wel Gers-manen.

maandag 28 december 2009

Dertien


‘Dit is een jaar van dertien manen,’ zei buurman Camille van de zomer tegen me. Uit zijn bezorgde blik begreep ik dat dit niet best was. Nu is Camille geen enorme optimist. Als het weer ter sprake komt - en dat doet het meestal als we elkaar spreken – is het zowel bij regen en storm als op een stralende dag ‘mauvais’, en anders zal het dat zeer binnenkort wel worden.
‘Twaalf maanden, dertien manen, dat is nooit een goed jaar,’ legde Camille uit. Het was nooit in me opgekomen dat er jaren van 13 manen zijn, laat staan dat dit slecht nieuws was.
‘Vandaar die storm in januari,’ ging Camille verder. ‘En de droogte nu.’ Ik knikte en besloot nog even van het mooie weer te genieten, voor zo lang het duurde. Dat was vrij lang, het was dit jaar een heerlijke zomer.

Die dertien manen bleven wel ronddraaien in mijn hoofd. Als er wat mis ging dit jaar – en dat was voor mijn gevoel relatief vaak het geval – vroeg ik me af of die manen daar wellicht toch iets mee te maken hadden. In een zweverige poging de balans op te maken van 2009 besloot ik internet in plaats van Camille raad te plegen inzake de maan.
Uit het feit dat ik één verwijzing vond naar 13 manen en een heleboel naar man en nog iets anders, maak ik op dat de kwestie in Nederland niet zo speelt. 13 lunes leverde bijna 7 miljoen hits op. Daaruit viel - zonder ze overigens allemaal te hebben aangeklikt – de conclusie te trekken dat sommige mensen geloven dat 13 manen resulteren in een slechte oogst, en andere niet. Verrassend.
Ingewikkelder is dit: hebben we het over 13 volle manen, of 13 nieuwe manen? In het laatste geval heeft 2009 er gewoon twaalf. Gemiddeld is één op de drie jaar een dertien-volle-manen-jaar. Dertien nieuwe manen zijn zeldzamer, maar 2008 was zo’n jaar. En was dat een slechter jaar dan 2009?

Overigens valt de dertiende volle maan dit jaar op 31 december. Inclusief een gedeeltelijke verduistering. Hopelijk valt dat alles helder te zien.

ps de foto is van Han van Leeuwen

dinsdag 22 december 2009

kerstwens


© éditions Jean Masson.

Nog ééntje uit de reeks fijne ansichtkaarten, voor mijn 101ste blogje.
Les saveurs du Terroir heet deze, waarmee ik iedereen een geurige, smakelijke (al dan niet vlees- en/of alcoholloze) en sfeervolle kerst toewens.

Zo, nu nog even alle kerstgedichten schrijven...

erwtensoep


Ik ben natuurlijk genoeg opgevoed om te weten dat eieren van de kip komen en melk van de koe, dat koeien niet paars zijn en spinazie niet aan bomen groeit.
Maar ik moet bekennen dat ik nooit bedacht had dat erwtensoep niet per se uit blik komt.

Ik kwam er ooit toevallig achter, toen ik gedroogde erwten had gepakt terwijl ik linzen moest hebben voor een recept uit de noord-Afrikaanse keuken. (Ik ben geen keukenprinses, maar probeer wel eens iets nieuws, met wisselend succes.) Al gauw rook het absoluut niet naar de warme sferen van de Magreb, maar naar de ouderlijke keuken op een winterse dag. Lekker was het uiteindelijk wel.

Sindsdien maak ik op koude dagen als deze zelf erwtensoep, die uren op de kachel staat te pruttelen. Het is werkelijk kinderlijk eenvoudig. Dat is dan weer het fijne van een zekere naïefheid: je kunt ontzettend blij zijn met een behoorlijk voor de handliggende ontdekking.


Volledigheidshalve: men neme een pond gedroogde erwten, bij voorkeur even laten wellen (ook mooi: wellen), uitje fruiten, desgewenst lepeltje sambal erbij voor de pittigheid en omdat het dan zo lekker ruikt in de keuken, ook desgewenst stukjes winterwortel en aardappel toevoegen, een liter water erbij en een enkel bouillonblokje, en dat alles gewoon een hele tijd laten pruttelen. En als de lepel wel erg goed rechtop blijft staan in het geheel, gewoon nog een scheut water erbij gooien. Eventueel soldaatjes erbij bakken. Dat deed mijn moeder wel zelf (waarschijnlijk bestonden de zakjes croutons toen nog niet). Aan worst doe ik niet, maar dat kan er voor de liefhebber ook nog bij.

woensdag 16 december 2009

Pegels

Een filosofisch onderwerp vandaag. Geld.
Ik heb ontdekt dat daar in het Frans nogal wat termen voor zijn. Ik noem: de l’argent, du fric, de l’oseille, du grisbi, de l’artiche, du blé, du pognon, de la douille, du michon, des thunes, des ronds, en zelfs monnaie wordt wel voor geld gebruikt, terwijl ik dacht dat dat alleen maar kleingeld was, zoals me dat op de middelbare school geleerd is. Dalle schijnt ook geld te betekenen, maar ik ken alleen que dalle, dat wil zeggen niks, noppes.

In het Nederlands is er ook wel het een en ander, nu ik erover nadenk. Geld, pecunia, pegels, duiten en vooruit: slappe was (al moet je daar inzitten), pietermannen en ping ping. Er waren natuurlijk ook nog, voor de euro in ons leven kwam, piek en knaak, duppie en heitje, joetje, geeltje en meier, en de aantrekkelijke (rooie) rug.

In Frankrijk zijn er nog aardig wat mensen die het hebben over anciens francs. En dan bedoelen ze niet de franc-van-voor-de-euro, maar de franc van voor de geldhervorming uit 1960, toen er onder De Gaulle twee nullen vanaf gehaald werden. De oudere generatie doet het graag, maar ook mensen die de oude franc alleen van horen zeggen kennen, spreken soms in miljoenen terwijl ze tonnen bedoelen die in euro’s nog minder zijn. Dat kan soms erg verwarrend zijn.

Hoe dan ook, ik heb er niet veel van. Maar ik weet wel een hoop woorden. Misschien is dat ook wat waard.

zondag 13 december 2009

Ook apart


Ik ben de gelukkige bezitter van enkele mooie ansichten uit de collectie van de dichtstbijzijnde presse-tabac. Deze bijvoorbeeld. Zoiets kom je in Nederland niet gauw tegen. Ganzen en hun levers so wie so niet, maar kaarten met bijvoorbeeld vers geslachte kippen zie je ook niet veel. Ik zeg niet dat het mooi is, maar bijzonder is het wel. Apart.

In mijn dorp woont Odette. Ze is een eind in de tachtig en een groot deel van die tachtig jaar was ze gaveuse d'oies. Ganzenvolpropper zeg maar. Dat deed ze van november tot maart, twee keer per dag. Voor een gans duurde de vetmestperiode één maand.
'Ik was er dol op,' zegt Odette, 'het was mijn passie en ik mis het enorm. Ik was goed. Eenden zijn veel makkelijker, daar zakt het allemaal vanzelf naar beneden. Met ganzen moet je heel voorzichtig te werk gaan, door die lange hals hè.'

Nu is er nog maar één boerderij met ganzen in mijn dorp. Binnenkort stoppen zij er ook mee. Eendenboeren zijn er wel. Ze vullen de eenden machinaal. Daar zijn geen ansichtkaarten van.

vrijdag 11 december 2009

Duifjes (2)


Ze hebben bij de sigarenboer zelfs twee ansichtkaarten. Hier komt de hoge hut wat beter tot zijn recht. Het gezellig samenzijn is begane grond.

© Collection "Les authentiques et les imaginaires".

Duifjes


De afgelopen tijd vlogen er grote zwermen duiven over. Soms streken ze even neer met zijn honderden. Een akker vol duiven ziet er beter uit dan de Dam vol duiven, maar na Amsterdam blijft het onmogelijk een normale visie op, laat staan een normale relatie met de duif te hebben. Hoog in de lucht zijn ze oké, want dan herken ik ze niet. Het was dat buurman me vertelde wat er rondvloog. Palombes heten deze, woudduiven, niet te verwarren met de colombes, wat gewoon duif betekent, net als pigeon. Het verschil is me ontgaan dus dat niet te verwarren gaat voor mij eigenlijk niet op.

Een andere buurman, laat ik hem Michel noemen, is duivenvanger. In november neemt hij een maand vakantie en gaat in zijn palombière zitten. Dat is een hele hoge boomhut, echt héél hoog, met een stoel, een tafel en een kacheltje. De hut staat, of hangt, in een boom een dorp verderop. In verschillende bomen daaromheen zitten plankjes met wat lekkers en plaksel. De duif die daarop gaat zitten is de pineut, want die zit vast. En dan gaat-ie wild met zijn vleugels klapperen en dan komen andere duiven kijken wat er aan de hand is en dan pakt Michel zijn jachtgeweer en dan zijn die andere duiven ook de pineut. Ze belanden in Michels diepvries, vervolgens in de pan van zijn vrouw enzovoort.

Michels vrouw is verschrikkelijk netjes. Vergeleken met haar is Truus de Mier een slons. Een viezige huisvrouw die de naam huisvrouw niet waard is. Dat verklaart wellicht Michels vakantiekeuze, ik bedoel, ik zou een maand vakantie liever ergens anders doorbrengen dan boven in een boom een paar kilometer verderop, maar voor Michel werkt zo’n basale mannenhut vast bevrijdend. Een maand duivenschieten en hij kan weer elf maanden tegen het schort en de keukenhandschoenen van zijn eigen duifje. Zonder die maand zou hij dat jachtgeweer misschien plots op haar richten. Maar dat is mijn persoonlijke interpretatie.

Bij de plaatselijke sigarenboer is een ansichtkaart te koop van deze mooie hobby.

dinsdag 8 december 2009

Geen antwoord

En dan is er nog de vraag van het antwoord. Of van het niet-antwoorden. Niet op een mondelinge vraag, maar op een brief.
Niet alleen Danone heeft me nooit geantwoord.
Ik schrijf ook wel eens een sollicitatiebrief. Als het een open sollicitatie is, dan hoeft men daar natuurlijk niet op te antwoorden. Ze hebben tenslotte niet om mijn brief gevraagd en, hoewel ik een klein antwoordje op prijs zou stellen, begrijp ik dat dat tijd kost en dat tijd geld is en dat ze wel wat anders aan hun hoofd hebben enzovoort. Maar ik reageerde ook op vacatures. Aanvankelijk zelfs per handgeschreven brief, want dat moest toen. Handgeschreven brieven kosten meer tijd en meer papier (blanco papier overigens), want wat op de computer nog geen half A4tje is, werd in mijn handgeschreven versie gauw het driedubbele. Meestal maakte ik net aan het eind van een pagina een fout en kon ik opnieuw beginnen. Echt netjes werd het nooit. Gelukkig mogen brieven inmiddels ook hier gewoon geprint worden; soms mag het zelfs per e-mail.
Ik heb twee keer, hooguit drie keer antwoord gehad. Dat ze me niet willen is tot daaraan toe, maar dat ze niet eens de moeite nemen me dat schriftelijk te laten weten vind ik wel erg onverschillig.

Misschien is het gewoon weer zo’n cultuurverschilletje tussen twee westeuropese landen die soms net iets minder op elkaar lijken dan ik dacht. Hoewel, nu ik erover nadenk krijg ik uit Nederland ook niet meer altijd antwoord. Misschien moet er teveel gemaild, gechat, gesmst, gemobieltelefoneerd en gefacebooked worden, en schieten antwoorden aan onbekenden er daar tegenwoordig ook bij in.
Ik probeer me er niet over op te winden, maar soms is mijn onverschilligheid minder sterk dan van de niet-antwoorders.

vrijdag 4 december 2009

Slim

Onlangs had ik het genoegen kennis te maken met Copain. Copain is een Vietnamees hangbuikzwijntje van twee maanden, en niet veel groter dan de hand van zijn baas. Die baas noemen we hier Chabal, naar de stevig uit de kluiten gewassen rugbyer, dus het is wel een redelijk grote hand. Copain was een verjaarskadootje van Chabal voor mevrouw Chabal.
Chabal kriebelde Copain over zijn buik, en Copain rolde tevreden knorrend op zijn ruggetje. ‘Varkens zijn heel slim, lief en schoon,’ vertelde Chabal, terwijl hij Copain steeds even optilde, waar Copain vrolijk om moest knorren.
Ik wist al lang dat varkens schoon en slim waren. Mijn vader was een vurig pleitbezorger van het varken. Zo gauw iemand opmerkte dat het paard een edel dier was, zei hij dat het varken veel slimmer was. Ik weet niet waarom. Zijn eigen vader was hoefsmid geweest, misschien had hem dat op de een of andere manier getraumatiseerd. Of misschien was hij als vader van vijf dochters bang dat we allemaal paardengek zouden worden, en steeds een paard op ons verlanglijstje zouden zetten, en op dure paardrijlessen wilden.

Op zoek naar meer kennis over deze zwijntjes las ik in de mij tot voor kort onbekende waar-maar-raar-internetkrant het volgende: “Een Vietnamees hangbuikvarken heeft in Zweden het huis van zijn baasje in de fik gestoken. Het zwijn liep per ongeluk de tafellamp omver en zette zo de gordijnen in brand. Als bij wonder overleefde het dier de vuurzee: de brandweer trof het angstige varken aan in bad.”
Slim hè, om dan in bad te gaan zitten. Dat zou een paard nooit doen.

zondag 29 november 2009

liefdesverklaring


Ik zou gewoon iets over de Gers schrijven, maar het werd een liefdesverklaring. Het verraste mezelf. Het stuk staat op de site van La Vie en France. Maar ik plak hier ook een stukje.
(...) ik ging naar Nicole voor melk, brood en prangende vragen. Zoals wat de kinderen moesten meenemen voor een verjaarspartijtje, of wanneer je overstapt van het handschudden naar het zoenen, en op welke wang je dan eigenlijk moest beginnen. Nicole was zoals de Gers: mooi zonder blasé te zijn. Zonder pretenties. Zoals onze buurman Camille die zegt dat hij niks te vertellen heeft, maar me alles leerde over tuinieren en de mooiste goud-groene ogen heeft die ik ooit gezien heb.
De schoonheid van de Gers is niet van de spectaculaire je-mond-valt-er-van-open soort, maar een nonchalante, gunst-ik-wist-niet-dat-ik-mooi-was schoonheid. Zoals de onopvallende bibliothecaresse met bril en knot, die als ze haar haren losgooit en bril afzet een ongelooflijke stoot blijkt te zijn. Of de morsige monteur die onder zijn smoezelige pet en smerige overal een goddelijk lijf blijkt te verbergen.
Een schoonheid die je niet meteen opvalt maar waar je, als je haar eenmaal gezien hebt, niet meer zonder kan.

Wie wil weten wat er verder staat klikke hier.

donderdag 26 november 2009

vrijheidsboom


Dochter spreekt in Mirande – waar haar collège staat - wel eens af bij de Arbre de la Liberté. Het is een gigantische eik, met een bank eromheen. Ik vond het een mooie naam, en een mooie boom.
Onlangs las ik dat er na de Franse revolutie ontzettend veel vrijheidsbomen zijn neergezet. Eerst gebeurde dat spontaan, vervolgens werd het vastgelegd in een speciaal decreet van de 3e pluviose jaar II, dat wil zeggen op 23 januari 1794. Na de revolutie was er namelijk ook een nieuwe kalender bedacht, waarbij de maanden verwezen naar het overheersende weertype of een ander seizoenskenmerk. Zo waren er de brumaire, nivôse en ventôse (respectievelijk de mist-, sneeuw- en windmaand), en bijvoorbeeld de fructidor of fruitmaand. Mooie namen, maar in internationale contacten misschien niet zo handig. Napoleon heeft met een decreet van de 22e fructidor jaar XIII (ofwel 9 septembre 1805) de Gregoriaanse kalender heringevoerd.
Bomen zijn wat minder eenvoudig af te schaffen, maar er zijn er wel een hoop omgezaagd of vergiftigd door de contra-revolutionairen, die daarmee de doodstraf riskeerden. In de 19e eeuw wisselden planten en omhakken elkaar af, afhankelijk van wie de macht in handen had. Inmiddels zijn er nog maar weinig echte vrijheidsbomen over. Die in Mirande is zo’n echte, de mairie heeft het me net telefonisch bevestigd.

PS De foto is gemaakt op de 22e brumaire (de 12e november dus).

dinsdag 24 november 2009

nog zo'n vraag


Een van mijn andere kleine vragen betreft het fenomeen ruitjespapier. Er zijn in Frankrijk vele vormen van ruitjespapier. Dat merk ik met name als de kinderen die vreselijk lijst met fournitures scolaires voor het nieuwe schooljaar ontvangen. De ene docent wil een groot schrift met petits carreaux, de ander een klein schrift met grands careaux, ze willen het omgekeerde, allebei, de ruitjes op dubbele pagina’s of juist op pages simples, ze willen iets met colonnes of een double ligne, en dat staan je dan op een augustusmiddag zwetend bij elkaar te zoeken tussen al die andere ouders die ook niet zo verstandig zijn dat soort dingen al aan het begin van de zomer aan te schaffen. En al die rare ruiten blijken te bestaan.
Maar als je zomaar, voor jezelf, in augustus of op een willekeurig ander moment van het jaar een doodgewoon schrijfblok wil met even doodgewone lijntjes, dan zoek je je suf. En mocht je toevallig een lijntjesblok vinden dan betaal je je eveneens suf.
Er wordt hier geschreven in ruitjes.

Waarom?
Ook op deze vraag heb ik - net als op de vraag over de kleine yogurtbakjes - geen antwoord. Het zou natuurlijk kunnen dat ruitjes de voorkeur hebben, omdat je dan in de klas makkelijker boter-kaas-en-eieren en zeeslag kunt spelen. Of omdat je er die huisjes op kunt oefenen die je in één keer moet tekenen zonder je pen op te tillen. Maar geheel overtuigend vind ik dit antwoord niet.
Een andere verlaring zou kunnen zijn dat Frankrijk meer een cijfer- dan een schrijfcultuur heeft. Ook daarvan ben ik zelf echter niet overtuigd. Wiskunde is hier welliswaar belangrijk, en elke lycée-leerling wordt op het hart gedrukt te kiezen voor de bèta (sciènces) richting, en niet voor alfa (littéraire), maar tegelijkertijd staan schrijvers en filosofen in hoog aanzien. Ik geloof niet dat er vaak een filosoof bij Pauw en Witteman meepraat over de actualiteit. En een schrijver mag ook alleen maar komen als-ie niet te moeilijk praat en een erg populair boek heeft geschreven. Hier zijn beide beroepsgroepen regelmatig te gast bij actualiteitenprogramma’s, en ze praten lang niet altijd eenvoudig.
Filosofen en schrijvers die dus blijkbaar gewend zijn hun eerste gedachten aan ruitjespapier toe te vertrouwen. Zou hen dat op andere ideeën brengen? Hoekig in plaats van rechtlijnig, om maar wat te noemen?
Ik gebruik zelf inmiddels ook ruitjespapier, petits careaux bij voorkeur, al zijn die me eigenlijk iets te petit. Ik heb zelf nog geen verandering in mijn manier van schrijven of denken bespeurd, maar ik kan me natuurlijk vergissen.

dinsdag 17 november 2009

Tony - deel drie

Eigenlijk hou ik helemaal niet van boevenverhalen. The Godfather heb ik nog net gezien, alle drie de delen zelfs, Scarface alleen maar gehoord (een hoop geschiet en geschreeuw), voor de tweedelige film over de Franse boef Mesrine kreeg je mij het huis niet meer uit. ‘Het ophemelen van criminelen vind ik helemaal niks’, zei ik toen man en zoon zich naar de bioscoop repten.

Die Tony met zijn miljoenen begint me dus behoorlijk dwars te zitten, maar ik wil de zaak netjes afsluiten met het derde en voor mij toch hoop ik ook laatste deel van Tony – the driver who disappeared. De man heeft zich, vermoeid en met een baard van tien dagen, gemeld bij de politie van Monaco. Mogelijk was hij in een niet nader genoemd pays de l’est geweest, want, hoewel zijn naam aan een bekende Italiaan doet denken, heeft onze Tony ex-Joegoslavische wortels. Inmiddels is hij via Nice overgebracht naar Lyon voor nader verhoor.
Op zijn vergrijp schijnt een gevangenisstraf te staan van drie jaar, dus dat valt best mee. Kan hij in de gevangenis mooi een boek schrijven over zijn avonturen en dan de filmrechten verkopen. Daarna kan hij zijn buit gaan opgraven, want die laatste tweeënhalf miljoen had hij niet bij zich. Solliciteren hoeft dan niet meer. Of hij nog aan de bak zou komen als geldtransportchauffeur is ook een beetje de vraag.

vrijdag 13 november 2009

De man van twee miljoen

De man van elf miljoen, die Tony Musulin blijkt te heten (nee, niks T.M. te L. hier, gewoon Tony Musulin uit Lyon), afijn, die dus, kreeg niet al het geld in één keer mee. Daarom had hij 9 miljoen in een busje verstopt. Als je de stapels geld ziet, begrijp je dat je dat niet allemaal in een weekendtas krijgt, zoals in de film. Dat busje was snel gevonden, door de politie, die nog twee dagen op de loer heeft gelegen in de hoop dat Tony het geld alsnog zou komen ophalen. Tony liet zich niet meer zien.
Misschien vond Tony twee miljoen ook wel oké en ligt hij al een week lang op een of ander palmenstrand.
Ondertussen is Tony de held van het net. Op facebook had de Tony-fanclub binnen de kortste keren duizenden leden (nee, mij niet). Je kunt kopjes en T-shirts kopen met Tony's kop erop, "Tony best driver 2009" staat er dan bijvoorbeeld onder.
We komen steeds meer te weten over Tony. Zo had hij 12 bankrekeningen bij zes verschillende banken, een Ferrari en enkele appartementjes als belegging.
Ik vond mijn fantasie-Tony leuker, maar fantasie is wel vaker mooier dan de realiteit.

dinsdag 10 november 2009

De muur

Gisteren was het dus 20 jaar geleden dat de Muur viel. Radio France Inter en een heleboel andere zenders zaten de hele dag in Berlijn, en ik zat veel in de auto. Daar kreeg ik via de radio allerlei stukken Berlijn op het stuur. ’s Avonds begreep ik dat er ook erg veel televisie in Berlijn was, en staatshoofden en andere people. Ik werd er een beetje moe van.

Ten eerste is het dat oprukkende ‘het is XX-jaar geleden’-gedoe in het algemeen. Het lijkt alsof journalisten niks liever doen dan iets te herdenken dat 10, 20 of 40 jaar (het hoeft al lang geen feestelijke 25, 50 of 100 jaar meer te zijn) geleden plaatsvond, zodat ze niet hoeven na te denken over dingen die nu spelen. In 2008 heb ik zo vaak gehoord dat mei 1968 veertig jaar geleden was, dat ik nog steeds een onprettig snelle hartslag krijg als het jaartal ‘68 genoemd wordt.

En dan dat voortdurende zelfingenomen gepraat over vrijheid en democratie, toen “wij” (het democratische westen) “hen” (het onderdrukte oosten) bevrijdden. Toen zij eindelijk door hadden dat wij gelijk hadden. De woorden vrijheid en democratie zijn zoveel ge(mis)bruikt, dat ze bijna al hun glans verloren hebben.
Ik was in 1989 ook blij dat de muur viel, dat er een eind kwam aan het ene na het andere totalitaire regime, dat grenzen, archieven en monden opengingen. Ik herinner me de euforie nog goed, het optimisme, de hoop en de verwachting.
Wat er twintig jaar later van over is, zijn fastfood en porno. Communisme werd kapitalisme. Dat heeft niks met vrijheid te maken. Ik heb helemaal geen zin de hele tijd aan die teleursteling herinnerd te worden.

zaterdag 7 november 2009

De man van 11 miljoen

Afgelopen woensdag verdween een geldtransportauto in Lyon, met chauffeur en al. De auto werd enkele uren later teruggevonden, geld (zo’n elf miljoen euro) en chauffeur bleven onvindbaar. Voor het leven van de chauffeur werd gevreesd, tot men in zijn appartementje ging kijken. Daar was het keurig opgeruimd. Zelfs de koelkast was leeg, zeiden ze op het radiojournaal. De man had bovendien onlangs zijn bankrekening leeg gehaald. Binnen enkele uren veranderde hij van mogelijk slachtoffer in verdachte.

Het gaat me niet om die elf miljoen, maar om de details. Dat je van plan bent miljoenen te stelen, maar toch je bescheiden bankrekening leeghaalt. Dat je je appartement opruimt, ook al weet je dat je daar niet meer terugkomt. Ik stel me zo voor dat hij de avond voor de grote dag nog even de boel stofzuigt. Hij eet de restjes uit zijn ijskast, drinkt het bodempje wijn wat-ie nog had staan en doet een laatste afwasje. De volgende ochtend maakt hij zijn bed op en strijkt het sprei nog even glad. Bij de deur draait hij zich nog één keer om: de boel is aan kant, op naar een nieuw leven.

donderdag 5 november 2009

Fan

Ik ben voor het eerst officieel fan geworden, op facebook. Ik weet eigenlijk niet waarom ik op het fan-worden-knopje klikte, want ik was al fan. Maar nu weten mijn facebookgenoten dat ook.
Ik ben fan van Fred Vargas. Onder haar officiele achternaam is ze archéozoologue, als Vargas schrijft ze detectives. Ik lees graag detectives, en het liefst die van Vargas.
Vargas schrijft mooi en grappig tegelijk, ze heeft geweldige details en even geweldige personages. Louis Kehlweiler bijvoorbeeld: een gepensioneerd politieman met een pad als huisdier. Bufo heet-ie. Als Kehlweiler er – meestal tegen zijn zin - op uit moet, gaat Bufo mee in zijn jaszak en moet zijn baasje hem af en toe ergens onder een kraan houden. Het toeval wil dat ik óók een fan ben van Kikker en Pad van Arnold Lobel (zou ik dat ook op facebook kunnen aangeven?), en daardoor van de pad in het algemeen. Hoewel ik liever geen pad in mijn jaszak heb zitten, dat nou weer niet.
Dan heb je de drie historici die samen “op chronologische volgorde” een vervallen huis bewonen: de prehistoricus op de eerste, de medieavist op de tweede en de Eerste-Wereldoorlogspecialist op de derde etage. Medieavist Marc werkt, bij gebrek aan een vaste baan, overdag in de huishouding en staat regelmatig met een schort voor in de gemeenschapelijke keuken stapels wasgoed van zijn klanten weg te strijken.
En dan heb je commissaris Adamsberg, de dromerige Pyreneëer die in Parijs is beland en zijn best doet niet elke vraag met “je ne sais pas” te beantwoorden. Ah, Adamsberg…
Woorden schieten me verder te kort. Ga maar lezen.

Vargas is overigens ook vertaald in het Nederlands, én in het Engels. En in 18 andere talen.

woensdag 4 november 2009

de vliegende tijd




Gisterenavond drong het opeens tot me door dat het alweer een jaar geleden is dat ik in Detroit was en hoopte dat Obama gekozen zou worden. Ik heb even door de foto's gebladerd, nostalgisch, natuurlijk, daar heb ik toch al een handje van en november leent zich er uitstekend voor met zijn grijze luchten en alle zielen,terwijl er momenteel ook nog allerlei herinneringen worden opgehaald aan de val van de muur.

maandag 2 november 2009

zielen


Gisteren was het Allerheiligen ofwel Toussaint, vandaag is het Allerzielen. Ziel is âme in het Frans, maar de dag heet fête des morts en niet tousâme of zoiets.
Jour des morts zeggen ze ook, en jour des défunts, maar ik geef de voorkeur aan het feest van de doden. Dat geeft tenminste eens een vrolijk tintje aan de dood.
De begraafplaatsen zien er deze dagen ook zo vrolijk uit met al die bloemen op de graven. Allemaal chrysanten en asters (waartussen ik het verschil overigens niet goed weet); herfstbloemen in ieder geval die lekker lang goed blijven. Ik spreek uit ervaring, want in Nederland kreeg ik ze altijd op mijn verjaardag – ook in november – en die bossen gingen weken mee. Ik associeer asters nog steeds met feest, maar de fransman associeert ze met de dood, vandaar dat ik hier nog nooit zo’n bos kado heb gekregen, al zijn ze in deze tijd van het jaar overal te koop.

In Nederland bezocht ik het graf van enkele dierbaren op hun geboorte- of sterftedag, maar nooit op Allerzielen. Dat is bij mijn weten ook geen Nederlandse gewoonte en dat is jammer. Met zijn allen op de begraafplaats, voor verschillende zielen maar hetzelfde feestje, geeft het bijna iets gezelligs. Dood en droefenis gemengd met vrolijk en gezellig; ik vind dat wel wat. Je kunt natuurlijk zeggen dat het lekker makkelijk is je er met één dag per jaar en een bosje chrysanten vanaf te maken, net zoals mensen zich afvragen waarom je moeders alleen met moederdag zou mogen verwennen, of waarom het alleen met kerstmis vrede op aarde moet zijn. Het antwoord lijkt me in dit geval simpel: het kan welliswaar altijd beter, maar ook stukken slechter.

maandag 26 oktober 2009

kleine vragen (2)


Een andere kleine vraag is, waarom een fabriek er nou ze verschrikkelijk onaantrekkelijk uit moet zien. Deze staat in Villecomtal sur Arros, zo'n 20 kilometer van mijn dorp vandaan. Je kunt er niet eens even binnenwandelen, om een kleine vraag te stellen bijvoorbeeld.

vrijdag 23 oktober 2009

Kleine vragen


Van levensbelang is het niet, maar toch wind ik me er soms over op: dat Franse toetjes in van die kleine potjes zitten. Dat is duurder en geeft meer afval, dus slecht voor het milieu. Alleen fromage blanc zit in een bak van een kilo. Als ik me weer eens over de potjes opwind, koop ik een tijdje kwark, tot ik me dáárover weer schuldig voel tegenover het nageslacht, dat kwark so wie so al saai en klef vindt.

Ik kan me van lang vervlogen vakanties herinneren dat er halve literflesjes Danone-yogurt bestonden. Zelfs die zijn verdwenen. Ik heb er – tijdens een andere opwindperiode - een brief over geschreven aan de firma Danone. Die is waarschijnlijk meteen in de papierversnipperaar verdwenen, want het is al meer dan een jaar geleden en ik heb nog steeds geen antwoord gehad. Nog niet eens een lullig foldertje.

Ik stelde de potjes-versus-literpak-vraag zelfs op een internet-forum, waar ene Nicolas me meteen antwoordde dat dit nu eenmaal is “wat de consument wil”, en dat je anders kommetjes moest afwassen. Ulysses beweerde dat je yogurt, als ‘ie eenmaal in contact is geweest met zuurstof, meteen moet opmaken, en Ines zei dat er vast marktonderoek naar was gedaan. Ook werd ik geadviseerd zelf yogurt te maken of naar een biologische winkel te gaan - antwoorden waar ik tenminste nog iets aan had.
Gwen noemde het een “excellente question” – wat ik erg fijn vond – en sprak over mensen die zich slecht kunnen beheersen en alles in één keer opeten, over onze natuurlijke luiheid (geen afwas), over winst voor de industrie en de natuur als grote verliezer. Mooi gezegd, en ik was geen steek verder.

Ik dacht, ik schrijf pas iets over die potjes als ik het antwoord weet. Maar ik had helemaal geen zin meer om te zoeken. Op sommige vragen zijn nu eenmaal geen antwoorden. Het is gewoon zo. En daar moet je het maar mee doen.

zondag 27 september 2009

vijgen (3)

Nu is het hek van de dam.
Eerst is er die ingezonden brief in Le Monde Magazine van deze week, waarin een lezeres schrijft dat de vijg een bisexuele vrucht is, aangezien hij (zij?) in opengesneden vorm een sensualité en volupté féminine heeft. Zo mooi kan ik het niet zeggen, zeker niet in het Frans. De dame citeert dan ook nog Alan Bates die in de film Women in Love, uit 1970, de vijg smeuig bespreekt. Dergelijke eruditie heb ik ook niet.

Op de website waar je pausballenjam kunt bestellen (www.drogue-douce.com) staan wat vijg-gelieerde uitdrukkingen. Sécher les figues bijvoorbeeld: zijn vijgen drogen, ofwel op zijn liefje wachten, of Avoir les figues hautes: de vijgen hoog hebben zitten, dat wil zeggen: teveel pretenties hebben.

In de Nederlandse van Dale – de 11e druk uit 1984 heb ik hier - vond ik als 5e betekenis van vijg ‘vrouw. schaamdeel’. Daar gaat je sensualiteit. Toen ik in de Franse van Dale keek vond ik de uitdrukking Pour les couilles du pape. Dat had niks meer met die jam te maken, maar betekent “voor de kat zijn kut”. Ja, zo staat het in die van Dale, ik citeer slechts.

Een ding is me nu in ieder geval duidelijk: dat Adam en Eva hun kostbare delen met vijgenbladeren bedekt zouden hebben bij hun vlucht uit het Paradijs is absoluut géén toeval.

zaterdag 26 september 2009

Vijgen (2)


In de vorige vijgenbijdrage weerhield enige preutsheid mij ervan te melden waaraan de vijg me doet denken. Maar onlangs begreep ik uit Le Monde Magazine dat dit een heel normale associatie is. Le Monde citeert weer het pauselijk paleis, dus wat zou ik me inhouden?

Het zit zo: ooit zou er enigszins per ongeluk een vrouwelijke paus gekozen zijn. Zoiets wilde men niet nog een keer (je vraagt je af waarom eigenlijk, maar daar gaat het nu niet om) en omdat men vond dat aanstaand Paus Clemens V er wat vrouwelijk uitzag werd hij voor zijn indiensttreding op een troon-met-gat gezet. Een kardinaal mocht onderlangs tasten of de paus alles had wat een man hoort te hebben, en meldde: “Duas habet et bene pendantes”.
Vrij vertaald: het zijn er twee en ze hangen er mooi bij. In Avignon, waar dit verhaal zich afspeelt, werd eraan toegevoegd: als vijgen.

En zo ontstond de Confiture de couilles du pape. En dat is weer te vertalen als pauselijke klotejam, pauselijke ballenjam of gewoon pausballenjam.

Vorige week heb ik er nog wat potjes van gemaakt. Lekker hoor.

vrijdag 18 september 2009

Drie vrolijke everzwijnen

Afgelopen weekend zijn er drie everzwijnen een dorpje in de Ariège binnengewandeld. Drie everzwijnen en goguette, schreef de jolige journalist van La Dépêche. Ik kende dat woord niet; het blijkt vrolijk, of lichtjes aangeschoten te betekenen. Drie vrolijke everzwijnen dus liepen langs de bakker en stopten even bij Café des Sports, waar de deur gesloten bleek. Twee gingen er toen naar het kerkhof, waar ze ingesloten en vervolgens doodgeschoten werden. Nummer drie dook in de Ariège en wist zwemmend te ontkomen.

Op de website van La Dépêche du Midi staat er zelfs een foto bij: twee dode everzwijnen op een kerkhof. Kijk maar hier.

Er staan regelmatig dierenavonturen in La Dépeche. Een everzwijn dat La Halle aux vêtements binnenstapt. Een everzwijn-met-schotwond dat uren later de jagers terugvindt en omver rent. Een hert dat dwars door de schuifdeuren een huiskamer in springt. Als er op een dag een everzwijn mijn keuken binnenkomt zal ik me wild schrikken, maar ik smul van die kleine artikeltjes.

woensdag 16 september 2009

jachtseizoen

Zondag is het jachtseizoen geopend. Ze mochten al twee weken op de kwartel schieten; nu mag de rest ook. Alleen de haas is nog tot half oktober vrij.
Het wordt weer oppassen als ik op zondagochtend ga wandelen. Een paar jaar geleden is er een vrouw doodgeschoten die aan het paddenstoelen zoeken was. Een ongeluk. Het was niet in mijn dorp, maar wel ergens in Frankrijk. De vrouw was even oud als ik en had twee kinderen. Ik wil nog niet dood, en zeker niet omdat iemand me verwart met een everzwijn.

Ik hoorde toevallig dat ze zondag zouden beginnen met de fazant, hier in mijn dorp. Ik heb diezelfde avond onze buurtfazant toegeroepen dat hij op moest passen, maar ik weet niet of die boodschap doorgekomen is.
Zondagochtend werd ik wakker van opgewonden hondengeblaf, het jagerstoetertje, en hond Bella. Bella is geen jachthond, maar een herder. Groot, maar met een klein hartje.
Ze mag niet boven komen, maar in geval van jachtgeluiden of onweer vergeet ze dat. Nu wilde ze onder mijn dekens kruipen, maar ze moest weer naar beneden. Even later hoorde ik haar weer, al leek ze haar best te doen niet te hard met haar nagels op het hout te tikken. Ze probeerde zich onder mijn bureau te verstoppen. Er zat niks anders op dan beneden te blijven en haar poot vast te houden.

Bella houdt niet van de jacht. Als ze nog wat minder naar haar instinct zou luisteren, zou ze vegetariër zijn. Ik hou ook niet van jacht, al weet ik dat het bij het plattelandsleven hoort. Volgens Yvette, de oude zus van buurman Camille, was het eigenlijk het enige vermaak voor de jongens van het dorp. Ze gingen nooit op vakantie, zei ze, de enige uitjes waren de dorpsfeesten en de jacht. Dat snap ik wel. En het is geen elitesport hier, dat weet ik ook. Misschien ben ik toch te veel stadsmeisje gebleven.

dinsdag 15 september 2009

vijgen


De rapen zijn gaar. Herstel, de vijgen zijn rijp. Aan het begin van het seizoen vind ik ze heerlijk. Ik voel me rijk en vreselijk gezond als ik bij wijze van ontbijt her en der een vijg pluk terwijl ik met de honden wandel.
Na een tijdje wordt het me wat veel. Wat saai ook. Maar dit jaar viel het begin van het seizoen vroeg; ik was toen nog niet terug uit Rusland. Ik geniet nu dus van het eind van het vijgenseizoen en verzin zelfs nieuwe recepten. Bleekselderij met vijg en geitenkaas, of een vijgen-honing clafoutis bijvoorbeeld. Aanraders.

donderdag 3 september 2009

Terug

Wat het hier mooi! En warm!
We reizen met de trein van Toulouse naar Lannemezan, waar onze buurvrouw ons zal komen ophalen. Daarna is het nog een half uur met de auto. We zijn dan met diverse vervoersmiddelen en inclusief overstap- en wachttijden zo’n 30 uur onderweg geweest.

De trein rijdt langs de Pyreneëen, de zon begint voorzichtig te zakken en over de bergen ligt een zachte glans. Na een dag lang naar de berken en moerassen tussen Rybinsk en Sint Petersburg te hebben gekeken, en onlangs nog een uur of acht naar de moerassen en berken tussen Sint Petersburg en Moskou, is de schoonheid van de Pyreneëen nog indringender dan anders.
Hoe komt het dat een heleboel Russen lyrisch worden als ze het over het Russische platteland hebben, en ik dat soort lyriek zelden bij een Fransman hoor? Is de schoonheid van de Franse natuur voor hem zo vanzelfsprekend? En is ‘de’ Rus bang dat zijn land niet mooi geworden wordt?
De dorpslyriek komt overigens vooral van de stadsrus, en als ik Orlando Figes mag geloven (ik herlas onderweg stukken van zijn boek Natasha’s Dance) was dat 200 jaar geleden ook al zo. De ware, pure Rus (inclusief ziel waarschijnlijk) - zo dacht de adellijke en denkt de stedelijke Rus - bevindt zich op het platteland. Paddenstoelenzoekend of in de banja.

Misja, de buurman uit het Russische dorp, was vooral geïnteresseerd in hoe de mensen in ons Franse dorp leefden. Of het land nog bewerkt werd, en of men van de opbrengst kon leven. De buren in ons Franse dorp willen vooral weten hoe de mensen in het Russische dorp leefden. Of de grond nog bewerkt werd en… o, hoe ze dan leefden. Dorpsbewoners uit verschillende landen staan dichter bij elkaar dan dorps- en stadbewoners uit hetzelfde land.
‘Veertig jaar geleden hadden wij ook geen stromend water,’ zeggen de mijne. ‘We hadden nog een wc in de tuin.’ Aan de buiten-wc verbinden ze de conclusie dat het Russische dorp niet alleen meer eenvoud, maar ook meer solidairiteit kent. Onze enige ervaring met criminaliteit was in het Russische dorp, omdat het Russische platteland zo ellendig arm en vergeten is. De solidariteit is op een dag zachtjes vertrokken en liet alleen wat drank achter.

In liefde mag je kritisch zijn, en als ik morgen weer naar Rusland zou kunnen, ging ik. De kinderen lassen een wat langere pauze in. Tim wil beter Russisch leren. En Eva vroeg of we ook eens een keer naar Spanje konden gaan, naar het strand, zoals andere mensen.

(Dit stukje staat ook nog op de volkskrantreizen site.)

zondag 16 augustus 2009

In Rusland


Ik hou voor de verandering hier http://www.volkskrantreizen.nl/reiziger/michgelsen een reisblog bij.
Voor zover de tijd en de mogenlijkheden er zijn natuurlijk.

zondag 9 augustus 2009

Op reis


We gaan bijna vertrekken. Even pauze in Frankrijk.

benzine


Toen ik voor het eerst met de auto in Rusland kwam, heb ik aardig wat tankstations gefotografeerd. Verlaten oorden waren dat toen, in de jaren ’80. Ze zagen er ongeveer zo uit als dit Franse geval, met dien verstande dat deze al geruime tijd gesloten is en die in Rusland wél functioneerden. Of in ieder geval open waren. Of ze benzine in voorraad hadden was destijds een tweede.
Tegenwoordig zien Russische tankstations er heel anders uit. Benzine is het probleem niet meer. Dat was het hier ook niet. Meer een kwestie van klandizie misschien.

zaterdag 8 augustus 2009

Ambtenaren

Ik las ‘Kleine Landjes. Berichten uit de Kaukasus’ van Jelle Brandt Corstius. Daar schrijft hij ergens: “Rusland is waarschijnlijk een van de weinige landen waar jonge mensen het liefst van alles bij de overheid willen werken”. Dat is geen erg journalistiek onderbouwde zin, maar het is een boek, geen krantenartikel.

Ik moest meteen aan Frankrijk denken, waar ruim 70 % van de jeugd zegt het liefst ambtenaar te worden. Werken bij de overheid biedt zekerheid, prettige secundaire arbeidsvoorwaarden en een vroeg pensioen, maar ik vind het wel schokkend dat zoveel jeugd daar nu al mee bezig is. Dat zal de generatiekloof wezen.
“Wie bij de overheid zit kan namelijk onbeperkt geld verduisteren en steekpenningen in zijn of haar zak steken,” verklaart Brandt Corstius de Russische ambtenarenambitie. Dat is in Frankrijk dan toch weer anders.

donderdag 6 augustus 2009

Russisch Frankrijk


Ik heb dus iets met Rusland.
Misschien komt het daardoor dat ik Frankrijk soms erg op Rusland vind lijken. En omdat we over een paar dagen voor drie weken naar Rusland gaan, ga ik hier vast wat Russische stukjes Frankrijk bezoeken. Niet de officiele dingen (daar kan de liefhebber hier voor terecht), maar dingen die mij aan Rusland doen denken. Subjectieve associaties zeg maar.

Een van de dingen die ik Russisch - of misschien moet ik hier zeggen ‘sovjet’ – vind, zijn de woonkazernes waar de Franse gendarme moet wonen. Ik vind ze minstens even treurig als een doorsnee sovjetwijk in een Russische provinciestad. Ik weet niet of de gendarme er zelf wél gelukkig is. In de schoolkrant van mijn zoon las ik ooit een interview met een gendarme, waarin de vraag ‘Vindt u het leuk bij de politie?’ met een kort “nee” beantwoord werd. De jonge interviewster vroeg niet verder. Misschien is dat ook helemaal niet nodig.

donderdag 30 juli 2009

Opgepast


Pas op: bomen! "Alsof het gevaarlijke wezens zijn die plotsklaps de straat oversteken," schreef ik in 2002 in 'Frankrijk'. De borden staan er nog steeds. Ik had er alleen nog nooit een foto van gemaakt.
Overigens ook nog geen overstekende boom voor mijn auto gehad.

dinsdag 21 juli 2009

no milk today?

Ik ben er nog niet met een kannetje heen geweest.

dinsdag 14 juli 2009

Dave


De dingen die ik op dit moment schrijf of bedenk zijn niet nog geschikt voor publicatie. Daarom hou ik het even bij plaatjes.

woensdag 24 juni 2009

Pepita


Poes Pepita wordt dik, zeiden we.
Toen het tot ons doordrong dat ze zwanger was, was ze al behoorlijk ver.
Onze huisdieren worden nooit zwanger. Hond Bella is al ruim vier jaar overtuigd kinderloos. Poes Mimi deed ook niet aan dingen als krolsheid en katers. Tot kater Frits in huis kwam en Mimi na zes jaar nonnigheid in een semi-permanente staat van krolsheid geraakte. Ze liet zich zonder enige gène werkelijk overal door Frits nemen. Net toen we dachten dat ze misschien wel zwanger was, verliet ze ons. Enige tijd later vertrok ook Frits.
En toen hadden we Pepita. Een premature verrassing van een 12-jarige kat van een vriendinnetje van Dochter. Klein en onschuldig. Dachten we.
Onlangs lag er dus een nest van vijf poekebeesten in mijn nest. Dochter is overgelukkig. Pepita sleept haar nageslacht van de ene plek naar de andere, met een duidelijke voorkeur voor vrouwenbedden. Schijnt de natuur te zijn, dat gesleep. Net als zwangere beesten natuurlijk zijn. Dat waren we even vergeten.

zaterdag 20 juni 2009

liefde

Gisteren zag ik zoon verliefd worden.
Ik stond erbij en keek ernaar; het was in luttele seconden gepiept.
Hij hield haar liefdevol bij hals en middel en had nergens anders meer oog voor.
Een Fender Stratocaster. Een rode. Dé gitaar.
Nog één maand, dan wordt zoon 17. Hopelijk kan hij deze liefde dan consumeren.

woensdag 10 juni 2009

stemmen en waarnemen


Afgelopen zondag ging ik eindelijk voor het eerst stemmen in mijn dorp. Als niet-Frans ingezetene mag ik dat alleen voor de gemeenteraads-, en de Europese verkiezingen en dan moet ik natuurlijk stemmen op Franse volksvertegenwoordigers.
Ik had ter voorbereiding de kieswijzer van de Europese Unie ingevuld, die mij aanvankelijk bij een mij totaal onbekende partij bracht, maar uiteindelijk was ik er zondagmiddag uit. Dochter ging mee om deze belangrijke gebeurtenis op de foto vast te leggen.

Er hingen nogal wat ouderen rond bij het stembureau, maar qua stemmers was het rustig. Martine, een van onze gemeenteraadsleden, had op dat moment dienst en legde mij de procedure uit. Dat ik twee cartes éléctorales had - ik wist niet meer welke het oudste was - vond ze geen punt. We kennen elkaar tenslotte, zei ze, en je kunt maar één keer je handtekening zetten. Ik stond als nummer twee op de lijst van in totaal drie buitenlandse stemgerechtigden, en daar een extra handtekening tussenfrommelen valt inderdaad op.

Voor haar op tafel lag van elke partij een A5-je. De partij van mijn keuze kon ik daar uitpakken, opvouwen en in een envelopje stoppen. ‘Dat maakt mijn keus niet erg privé,’ zei ik. Ik weet tenslotte dat OVSE-verkiezingswaarnemingsmissies veel aandacht besteden aan de “secrecy of vote” en die leek me hier niet geheel gewaarborgd. Martine antwoordde dat ik ook van alle partijen een papiertje kon pakken en dan in de isolatoir, het stemhokje, daar weer de juiste uit kon halen. De rest kon ik weggooien; er stond een prullenbak.

Dat vond ik zonde van het papier. Martine zei dat ze zich best even wilde omdraaien als ik mijn papiertje pakte. En ze voegde daar aan toe dat mensen thuis al een envelop met al die papiertjes hadden ontvangen en dus ook thuis al konden vouwen. Ik had zoiets niet ontvangen en Martine kon me niet uitleggen waarom niet. De OVSE zou dit onderbrengen onder het kopje “bemoeilijking van het stemmen voor minderheden”, maar ook daar wilde ik niet moeilijk over doen. Bovendien mag Martine best weten dat ik niet voor die enge partij stem die onze burgemeester aanhangt.

De stembus was mooi doorzichtig, ik gooide mijn envelop erin, Martine trok aan een hendeltje, riep “a voté” en dat was dat. Het hendeltje had de teller moeten verschuiven, maar dat mechanisme is al vele verkiezingen geleden stuk gegaan zodat ik de 1543e kiezer bleek te zijn. Mijn dorp heeft 131 stemgerechtigden. Ik ben bang dat een beetje waarnemer een kruisje bij ‘slecht functionerend materiaal’ zou moeten zetten.
Toen dochter en ik later terugkeerden om het tellen bij te wonen – iets dat als gewoonlijk weer binnen tien minuten gepiept was; er waren 74 stemmen uitgebracht – bleek de stembus ook niet op slot te kunnen.

Dit zijn zo de charmes van een oude democratie.

vrijdag 29 mei 2009

koolzaad


De velden voor ons huis werden tot vorig jaar bewerkt door onze buurmannen Robert en Emilien. Elk jaar plantten de broers mais.
Ik heb het niet zo op mais. Ten eerste heeft het behoorlijk veel water nodig, en er is hier helemaal niet zo veel water dus zie ik elke zomer met lede ogen aan hoe sproeiers kostbaar water over de akkers laten vloeien. Ten tweede groeit mais hard. Ergens eind juni is het al hoger dan een doorsnee volwassene. De kinderen vonden het leuk om er verstoppertje tussen te spelen, maar voor je uitzicht is het niet best. En ten derde zie ik gewoon het liefst uitgestrekte wijngaarden.

Nu zijn de broers met pensioen en doet een nicht de boerderij. En staat er opeens tarwe op het veld links, en koolzaad op het veld recht voor ons. Of koolzaad goed of slecht is voor de grond weet ik niet, maar mooi is het wel. In het voorjaar lijkt het of de bekoolzade velden licht geven. Nu zijn ze uitgebloeid en, al geven ze geen licht meer, ze blijven prettig om naar en vooral ook óver te kijken.

In het Frans heet koolzaad colza. Komt uit het Nederlands. Eerst, in de 17e eeuw, gingen ze het in Picardie colzat noemen. Het gewas werd vooral in Vlaanderen en de noordelijke Nederlanden verbouwd, vandaar. En een eeuw later was het colza geworden. Er bestaan niet zoveel Nederlandse woorden in het Frans, en ik vind het altijd aardig zo’n woord aan te treffen. Vooral als het er een beetje exotisch uit is gaan zien.

dinsdag 26 mei 2009

Tandarts

Ik heb een nieuwe tandarts.
De vorige, Olivier, was aardig, en leuk om op een feestje tegen te komen, maar met zijn reparaties liep het niet altijd goed af. Nu heb ik meneer Huron, wat mij aan héron doet denken, Frans (en zonder streepje ook Engels) voor reiger. Als je dezelfde klinkerverandering aanhoudt zou hij in het Nederlands meneer Ruiger heten, alleen is deze tandarts niet ruig, laat staan ruiger.

Meneer Huron doet wel aan een reiger denken, als hij zich met zijn grijze haar en grijze uiterlijk voorover buigt naar een opengesperde mond. Hij heeft me van een helse kiespijn bevrijd, die me in twee dagen tijd meer pijnstillers had doen slikken dan in de rest van mijn leven bij elkaar. Ik moest drie keer terugkomen, maar dat had ik er graag voor over.

Op een feestje zou ik deze reiger niks te vertellen hebben. Ook in de behandelkamer zwijgen we meestal. Heerlijk. Hij heeft niet die onhebbelijke tandarts-gewoonte om dingen te vragen die een langer antwoord behoeven dan ‘uh’ of ‘uh-uh’. Als hij echt iets wil weten haalt hij de apparatuur uit mijn mond, stelt zijn vraag en wacht op antwoord.
Wat een man.

zondag 17 mei 2009

Gelukzoekers

Gisteren kreeg ik een verse Volkskrant kado, die ik vanochtend kon lezen. Er viel me een klein berichtje op, op pagina 2. VVD-leider Rutte vindt dat asielzoekers die niet kiezen voor het Nederlanderschap uiteindelijk terugmoeten naar het land van herkomst. Bij dezelfde gelegenheid - een partijcongres - zei hij ook dat er ‘veel te veel gelukszoekers’ zijn onder de asielzoekers. Het schijnt dat de VVD er niet goed voor staat in de peilingen.

Naar een ander land gaan om economische redenen, of gewoon op zoek naar geluk, schijnt al jaren een doorn in het oog van menig burger. “Economische vluchtelingen” was toen ik nog in Nederland woonde al bijna een vies woord. Een echte zwaar vervolgde en liefst duidelijk gemartelde vluchteling, vooruit, na enkele jaren in de asielprocedure mocht die misschien blijven. Maar gewoon komen omdat je hoopt dat jij en je gezin het economisch beter krijgen, bah, stel je voor. Gelukszoekers zijn natuurlijk nog erger. Zomaar naar een ander land gaan, op zoek naar zoiets vaags als geluk. Hoe verzin je het! Weg ermee.

Als ik meneer Rutte’s redenering volg, moet ik het Frans staatsburgersschap gaan aanvragen. En alle Nederlanders die ooit naar Canada of Australië zijn geëmigreerd, of zij die naar Zweden, Spanje, Brazilië of waar dan ook trokken: Nederlands paspoort inleveren alstublieft. Of onmiddellijk terugkeren naar het vaderland. Maar soms ziet dat vaderland er wel erg, hoe zal ik het noemen, ongelukkig? uit.

zondag 3 mei 2009

kronkels

April was geen topmaand. We verloren een goede kennis, en toen een goede vriend. Daarmee was de lol er wel af. Moest ik een In Memoriam schrijven, meteen na de aprilmoppen? Zet je een I.M. op een blog? Ik weet het niet. Hoe dierbaarder de vriend, hoe moeilijker. Ik streef ernaar eerlijk te schrijven, maar dit werd me te open.

Na de twee rampberichten brak mijn moeder een heup. Ik ging een tijdje naar Nederland. Toen ik nog maar net terug was, kreeg ik een mail van een mij onbekende meneer van bijna 80 jaar. Hij schreef dat hij al jaren geleden naar mij gezocht had op internet, zonder succes. Nu had hij breedband, en ik een website.
Hij vertelde dat hij in 1980 zijn jongste zoon had verloren door zelfdoding. Die zoon - hij zat toen in zijn eindexamen jaar - had een gedicht van mij in zijn agenda gehad. Zijn familie wist dat hij dat mooi had gevonden en daarom hadden ze besloten een spreuk, afgeleid van dat gedicht, op zijn grafmonument te zetten. Af en toe had die meneer gedacht “die dichteres zou eens moeten weten hoe haar tekst indertijd onze zoon aansprak”. Dat had hij altijd willen vertellen en hij was blij dat het eindelijk gelukt was.

Ik was ontroerd door die mail. Hij was lief en oprecht.
De meneer had gedacht dat ik al een wat oudere dichteres was, schreef hij. In werkelijkheid was ik een leeftijdsgenote van zijn zoon. Ik schreef het gedicht toen ik 13 was en won er een prijs mee. Er werd een boekenlegger van gemaakt. Het enige gedicht van mij dat ooit in druk is verschenen.

Twee jaar later, in 1977, pleegde mijn oudste zus zelfmoord. Dat had niks met het gedicht te maken, en natuurlijk ook niks met die jongen, maar het gaf me wel een extra band met die onbekende meneer en zijn familie. Dat is geen rechtlijnige optelsom, maar een kronkelige som der dingen.

De mail kwam precies op het goede moment. Het was een treurig verhaal, maar ik was toch al treurig. En het troostte me op een even kronkelige manier. Je denkt dat dingen voorgoed voorbij zijn, en mensen voorgoed verdwenen. Maar soms leeft er iets voort op plaatsen waar je het niet vermoedt. En zijn er banden met mensen die je nooit hebt gekend.

woensdag 1 april 2009

aprilvis

Vandaag is het 1 april. Poisson d’avril zeggen ze hier. Toen de kinderen kleiner waren zaten ze daags van te voren visjes te tekenen, te kleuren en uit te knippen. Op school moest je die dan op iemands rug zien te plakken, het liefst bij de meester natuurlijk. Het leek me niet ontzettend grappig, maar dat scheen ik gewoon niet goed te begrijpen.

Vandaag heb ik geen enkele grap gehoord, noch gemaakt, maar toevallig hoorde ik wel op de radio waar de traditie vandaan komt. Uit Frankrijk, zeiden ze. Ik heb het net gecheckt op een Nederlandse website, en daar zeggen ze dat ook. Dus.
De Franse koning Charles IX verplaatste in 1565 nieuwjaarsdag van 1 april naar 1 januari. Dat was niet meteen tot iedereen doorgedrongen, zeggen sommigen. Die mensen kwamen op 1 april niet op hun werk en daarover werden grappen gemaakt. Anderen zeggen dat de nieuwjaarsgratificatie voortaan dan wel op 1 januari werd gegeven, maar dat er op 1 april nog nep kadootjes werden gemaakt. Zou best kunnen.

Met die vissen zit men een beetje in de maag. Volgens één meneer kwam het omdat april volgens de astrologie toen de maand van de vissen was. Volgens een ander was het visseizoen nog niet begonnen en gooiden lolbroeken haringen in de rivier. ‘Poisson d’Avril!’ riepen ze dan tegen de vissers. Maar wat deed een visser langs de waterkant als hij toch niet mocht vissen? En wat is er komisch aan een dode haring in een rivier?
Vissen zijn gewoon niet grappig. Maar wel lekker, trouwens.

maandag 23 maart 2009

rendez-vous raté


Lyon heeft een gigantisch plein, place Bellecour heet het. Er staat een standbeeld van Louis XIV. Toen ik in Lyon woonde was dat dé plek om af te spreken, of om te blijven hangen als de café’s dicht waren, of het geld op. Zo’n plek is het nog steeds.

Onlangs schoot me te binnen dat we ooit hadden afgesproken elkaar daar over 25 jaar weer te treffen. Dat moet in de vroege zomer van 1981 zijn geweest, die afspraak. Ik heb het niet opgeschreven; blijkbaar dacht ik dat ik die afspraak, inclusief datum en tijd, nooit zou vergeten. Zoals ik dacht dat ik helemaal niks zou vergeten.
Helaas. Dat weerzien in 2006 heb ik gemist.

Ik vraag me af of er iemand bij Louis XIV heeft gezeten, zomer 2006. En wie. Samir, de Lybiër met blonde krullen en blauwe ogen? Nasr uit Irak? Nasser uit Egypte? Matthieu, een van onze weinige Franse vrienden? Patrick de Ier, de Zweedse Marita, de Palestijn Machmoud, William uit Tennessee… En hoe heette die leuke Portugese toch ook weer?

Ik ben een aantal Lyonese vrienden blijven zien. De rest zit nog her en der in een herinnering. Ik geloof dat ik ze gewoon daar laat zitten, vrolijk en jong en vol plannen.
Natuurlijk is het ze allemaal goed gegaan.

woensdag 18 maart 2009

Verloren voetstappen


In Lyon staat een prachtig stationsgebouw, la gare des Brotteaux, zo’n typisch stationsgebouw uit het begin van de 20e eeuw. Vroeger vertrokken hier de treinen naar Parijs en naar Marseille, later de treinen richting Genève. In 1983 werd het gesloten, de moderne stations van Part Dieu en Perrache (die wellicht over 100 jaar ook mooi worden gevonden, maar nu behoorlijk lelijk) namen het over.
Van Brotteaux is de façade over en de Salle des pas perdus. Een prachtige term vind ik dat, de zaal van de verloren voetstappen. In het Nederlands heet dat stationshal.

Toen ik in Lyon woonde was deze buurt een beetje smoezelig. Daar hou ik wel van. Af en toe dronk ik koffie in het even smoezelige café tegenover het station. Nu is de hele buurt opgeknapt, in het station zit een chique veilinghuis, en een brasserie van Lyons beroemdste kok, Paul Bocuse. Met daartussen wat verloren voetstappen; misschien ook een paar van mij.

dinsdag 17 maart 2009

Lyon


Lang geleden, in 1980–‘81, was ik jeune fille au pair in Lyon. Ik was nooit eerder in die stad geweest. Ik kende alleen de kleurige huizen die je langs de rivier zag staan als je eindelijk die ene tunnel door, en van de files af was, op weg naar het échte zuiden. De meeste mensen hadden iets tegen Lyon vanwege die tunnel; ik viel er juist voor dóór die tunnel. Bovendien lag Parijs te veel voor de hand. Nooit spijt gehad van die keuze.

Ik had de zorg voor vier en al spoedig vijf kindertjes, waarvan de oudste nog geen zeven jaar was toen ik begon. De familie – monsieur was bankdirecteur, madame barones – was erg katholiek. Na mijn tijd zijn er nog drie kinderen geboren. Ze bewoonden een enorm appartement bij het Parc de la tête d’or en men hield zich keurig aan de au pair regels. Het allerbeste van alles was dat ik een eigen chambre de bonne had, vijf etages hoger dan mijn familie. Ik was voor het eerst zelfstandig, sloot vriendschappen voor het leven, wandelde door een prachtige stad en voelde me gelukkig.

In de jaren ‘80 ging ik nog wel eens terug, daarna kwam ik niet eens meer door die tunnel, want de autoroute loopt tegenwoordig met een grote boog om Lyon heen. Afgelopen weekend was ik er weer, voor het eerst sinds 20 jaar, voor het eerst met echtgenoot en voor het eerst met een reisgids in de hand. Het was geweldig. Ik vind Lyon nog steeds, of opnieuw, een prachtige stad. Er zijn wat gebouwen bijgekomen, andere zijn opgeknapt, net als de oevers van de Rhône (die van de Saône komen binnenkort aan de beurt), de metrolijnen zijn langer geworden en er is nu zelfs een tram, en een soort witte fietsenplan dat in Franse steden wél lijkt te werken.

Maar de kern is hetzelfde gebleven en het voelde wonderbaarlijk vertrouwd; vooral de kleuren en geuren. Af en toe kwam zelfs het gevoel van toen bovendrijven. Ik probeerde en probeer het te grijpen, maar het glipt steeds weg. Het gevoel van vrijheid, zelfstandigheid en avontuur vermoed ik. Ik heb het vaker gevoeld, maar de eerste keer blijft altijd het meest bijzonder.

woensdag 11 maart 2009

mimosa


Onze mimosa staat in bloei. In de Provence wordt mimosa vaak al tegen de kerst verkocht, maar hier duurt het wat langer. Gek genoeg staat er een meter 500 verderop ook een mimosa, die de onze altijd een week of twee voor is. Geen idee hoe dat komt.
Terwijl ik naar onze mimosa kijk, herinner ik me opeens dat je op de 8e maart (Internationale Vrouwendag, zoals iedereen weet) in de voormalige Sovjet Unie overal bosjes mimosa kon kopen. Dat schijnt tegenwoordig minder te zijn.
De 8e maart is in het huidige Rusand nog steeds een officiele feest- en vrije dag. Als vrouw wordt je te pas en te onpas gefeliciteerd en aan het eind van de dag zijn een hoop mannen, en sommige vrouwen, dronken. Maar dat gebeurt ook wel op andere dagen van het jaar.
Ik was de vrouwendag niet vergeten, maar die bosjes mimosa wel. Vreemd dat die bosjes toch al die tijd ergens in mijn hoofd opgeslagen hebben gelegen. Waarom ze vandaag opeens weer tevoorschijnkwamen - wederom heb ik geen idee.

zondag 8 maart 2009

Meester Marc


Marc was twee jaar lang de schoolmeester van zoon, en toen drie jaar van dochter. Een paar dorpen verderop gaf zijn vrouw les aan de middenbouw, en de kleuterklas zat weer in een ander dorp. Een RPI heet zoiets, een regroupement pédagogique intercommunal. Zo gaan de dorpsscholen wat minder snel verloren. Twee busjes verzorgen het ingewikkelde transport tussen de tien dorpen waar de leerlingen wonen, en de drie scholen.

Toen dochter naar collège ging, vertrok Marc naar een andere lagere school. Dat was toeval. Marc was toe aan collega’s binnen handbereik, in plaats van kilometers verderop. Ik was blij dat hij daar pas aan toe was toen mijn kinderen op de middelbare school zaten, want hij is een goede meester.

We zijn samen op wintersport geweest; Marc en ik. En twintig bovenbouwers. Marc kan geweldig skieën en verder hebben we ook weinig gemeen, maar ik mag ‘m graag. Als de kinderen druk waren zei hij zachtjes dat hij zen moest blijven. Dat lukte niet altijd. Het kostte hem daar in de bergen grote moeite rustig te blijven als een van de kinderen zijn handschoenen vergeten was, of eigenlijk nog naar de wc moest, als we eindelijk allemaal klaarstonden.

Zoon vertelde eens hoe de meester het gefrutsel van een leerlinge aan haar etui zo zat was, dat hij die etui met een ferme zwaai het raam uitgooide. Zoon was hier erg van onder de indruk. De leerlinge moest tijdens het speelkwartier haar pennen en potloden uit het struikgewas vissen. De gum heeft ze nooit teruggevonden.

Even vroeg ik me af of ik me wellicht zorgen moest maken over Marcs gebrek aan zelfbeheersing. Zolang hij zich echter niet als een mannelijke juffrouw Bulstronk gedroeg (voor wie Roald Dahls Matilda niet kent: deze voormalige atlete draaide kinderen boven haar hoofd rond en wierp ze dan de speelplaats af), vond ik het wel gaan.
Ook een verstandige meester is niets menselijks vreemd.

dinsdag 3 maart 2009

Noir et Blanc

Een tijdje terug waren we op een muziekavond. Ik dacht, laat ik dat maar opschrijven want sommige mensen denken dat ik op het Franse platteland volledig verstoken ben van elke vorm van cultuur. Maar nee hoor, ik ga niet alleen regelmatig naar de film, ik ga zelfs naar concerten.

Deze keer gingen we naar een duo dat zich Noir et Blanc noemt en dus piano speelt. Ze speelden die avond in hun eigen huis in een piepklein dorpje, waar verder alleen een kapelletje en een groot internaat staan. Die avond stond muziek van Fauré, Ravel en Brahms op het programma en een maaltijd, want ook eten is ook een cultureel en artistiek gebeuren, in ieder geval in de Gers.

Omdat ik het niet altijd even makkelijk vind mijn gedachten bij muziek te houden en ik bovendien naast een behoorlijk hete verwarming zat, mijmerde ik een beetje over het publiek, dat voor ongeveer 1/3 uit buitenlanders – voornamelijk Engelsen – bestond. Het was me voor aanvang van het concert opgevallen dat de buitenlanders elkaar (tenzij ze al bekenden waren) onopvallend en volledig ontweken.
Vooral Nederlanders zijn daar sterk in. We lopen niet zo gauw naar iemand toe, louter en alleen omdat die toevallig ook een Nederlander, of een niet-fransoos is. Stel je voor zeg. We redden ons prima zonder. Misschien hebben we een hoog inburgeringsverlangen, maar het kan natuurlijk ook arrogantie zijn, verlegenheid, of afkeer.

Ondertussen is het soms erg aangenaam onder andere Nederlanders te verkeren, vanwege iets dat ik voor het gemak het pindakaaseffect noem. Pindakaas kan desgewenst vervangen worden door verse haring, drop, Swiebertje, het Jeugdjournaal, André Hazes, de Volkskrant enzovoort: de gedeelde achtergrond, en de gedeelde cultuur in de breedste zin des woords. Maar op de avond van Noir et Blanc hoefde er niks gedeeld te worden. Misschien wilden we allemaal even laten zien cultureel bezig te zijn, of leuk ingeburgerd.
De verwarming weerhield me ervan tot diepzinniger conclusies te komen.

maandag 23 februari 2009

Een andere kalender


De kerstvakantie was nog maar net voorbij en toen was het alweer wintervakantie. Vandaag is de school weer begonnen.

We gingen een dagje naar de bergen, zoon en ik en wat vrienden. Ik had geen zin om te skieën, ik kan er eigenlijk toch geen fluit van. Ik ging liever wandelen met een andere ski-kneus. Het was prachtig weer en er zijn tegenwoordig ook een paar wandelroutes aangelegd voor onze soort. Je kunt er speciale raquettes voor huren, zoiets als Knabbel en Babbel onder hun voeten binden in oude Disneyfilms, maar wij deden het gewoon op onze bergschoenen. We zakten af en toe tot onze knieën de sneeuw in, maar meestal ging het goed.

Vroeger kreeg mijn vader jaarlijks een kalender van de bergen bij Davos. Het had iets met het astmafonds te maken, of de tuberculosestichting of zo. Het leek of ik rechtstreeks vanaf het ouderlijk toilet die kalender was binnengewandeld. Dennebomen met een dikke laag sneeuw, heldere blauwe lucht, kleine riviertjes, maagdelijk witte hellingen en prachtige vergezichten – het was er allemaal. De werkelijkheid moet mooier zijn dan een wc-kalender, maar als je er zelf een foto van maakt is het weer minder mooi dan de werkelijheid die je gezien hebt. Vreemd is dat.

Alleen de après ski foto van zoon en vriend komt een beetje in de buurt.

donderdag 19 februari 2009

Adamo

Ik zag Adamo op de televisie. Een tijdje terug heeft hij een cd uitgebracht met duo’s en die verkoopt erg goed, aldus de mevrouw van de tv. Of misschien ook wel niet zo goed en dat hij daarom ‘de gast van de laatste 5 minuten’ is bij het middagjournaal, maar dat doet er niet toe.
Adamo, Salvatore Adamo, had zijn eerste hits eind jaren ’50. Inmiddels is hij 65, maar hij heeft nog steeds die charmante, beetje hese stem en hij komt verschrikkelijk aardig over. Un mec bien. Hij zingt Pauvre Verlaine met de jonge zanger Stanislas. Het lied blijft dagenlang in mijn hoofd hangen

Mijn twee oudste zussen waren vroeger enorme Adamofans. Ze waren dan ook een stukje ouder dan ik; in mijn middelbare schooltijd was Julien Clerc de grote held. Mijn zussen hadden schriften vol foto’s van Adamo, en van de gehele familie Adamo, want hij had een hoop broers en zussen. De familie was vanuit Sicilië naar Wallonië geëmigreerd, waar destijds veel Italianen in de mijnen werkten. Mijn oudste zus schreef Adamo ook een brief en nodigde hem uit op de thee. Een tijdlang haastte ze zich elke dag na school naar huis, omdat Adamo misschien op haar zat te wachten, tenminste, dat wil de overlevering. Ik kan haar niet meer vragen of het waar is.

Het is nooit in me opgekomen om een cd van Adamo te kopen, maar ik weet opeens zeker dat ik deze moet hebben. Ik ben oud genoeg om te begrijpen dat Adamo nooit bij mij op de thee zal komen; dan luister ik wel naar hem bij de koffie. Op Le Bal des Gens bien zingt Adamo 18 van zijn eigen hits; allemaal liedjes waarvan hij zowel de tekst als de muziek heeft geschreven. Ik wist helemaal niet dat hij dat allemaal zelf deed. Hij zingt met even oude, maar ook veel jongere collega’s. Ik vind het geweldig. Ik geloof dat ik een fan ben.


Hier: http://www.youtube.com/watch?v=_c-7fyMv9Uw&feature=related, kun je Adomo zien met Olivia Ruiz.

zondag 8 februari 2009

Brief


Een nieuw schrijven van zoons school, inmiddels een lycée. Het gaat over beurzen. De onderste helft van de brief moet je invullen, afknippen en inleveren. Je kunt kiezen uit twee mogelijkheden, en bij mogelijkheid twee zijn er nog eens twee subkeuzes te maken.

Het gaat mij om mogelijkheid één. Ik begrijp er namelijk uit dat ik daar kan invullen dat ik deze brief niet gehad heb. Haha. Dat zou raar zijn. Als ik hem niet ontvangen had zou ik helemaal niks kúnnen aankruisen! Ik heb het natuurlijk verkeerd begrepen.

Ik vraag her en der na wat hier werkelijk bedoeld wordt, en welke brief ik eventueel niet ontvangen zou kunnen hebben. ‘Deze,’ is het antwoord.
‘Maar als ik deze niet gehad had, zou ik toch ook niks kunnen invullen?’
Men haalt berustend de schouders op.

Volgens mijn zoon moet ik er niet over zeuren. Hij heeft natuurlijk gelijk. Er zijn belangrijker zaken dan slordig taalgebruik en bureaucratische misbaksels. Maar toch.
‘Dit land gaat aan ambtenarendom ten onder,’ mompel ik nog, maar hij luistert allang niet meer.

dinsdag 3 februari 2009

Etrennes


Zondag kwam de brandweer eindelijk langs, met hun kalender. Normaal gesproken komen ze begin januari, en nu was het al 1 februari! Ik begon me al zorgen te maken. Niet dat ik die kalender zo mis, maar je moet de brandweer toch elk jaar wat geven. Al is het maar opdat ze je in geval van nood snel kunnen vinden.
De brandweermannen hoefden nog maar een paar huizen te doen en maakten een vermoeide indruk. Dat lag wellicht ook aan de zelfgemaakte wijn die ze bij mijn buren te drinken hadden gekregen. Ik ken die wijn; goudgeel van kleur en mierzoet, nog gemaakt door de allang overleden vader van de broers, die er zelf trouwens nooit een slok van nemen. Een gevaarlijk goedje.

De eerste keer dat de brandweer een kalender kwam brengen, hebben we ze vriendelijk glimlachend bedankt. Inmiddels weten we beter, en zelfs hoe het heet: étrennes. Rond de jaarwisseling krijg je van de postbode en de brandweer een kalender, en in ruil daarvoor krijgen zij die étrennes. Een nieuwjaarsgratificatie volgens van Dale.
De brandweer stopt het geld in een fonds (je krijgt altijd een bonnetje), de postbodes houden het zelf. ‘Het is mijn 13e maand,’ zei een postbode in de krant, dus dat zal best oplopen. De postbode doet die kalenders terwijl hij toch z'n ronde maakt (al zeiden postbodes in hetzelfde artikel dat ze het in hun lunchpauze doen, nou, hier niet hoor), maar de brandweer trekt er speciaal voor uit. Als ze overal een borrel moeten drinken is dat een behoorlijk zware klus. Ik heb ze maar niet te lang aan de praat gehouden.

woensdag 28 januari 2009

Storm (2)

Negen maanden na een stroomstoring schijnt er altijd sprake te zijn van een geboortegolfje. Die kwestie heeft me de afgelopen dagen beziggehouden.
Moet ik hieruit afleiden dat verrassend veel mensen slechts de liefde bedrijven als het stikdonker is, en er werkelijk helemaal niets anders te doen is? Zijn er zoveel mensen die meer plezier beleven aan de tv of computer, dan aan een mens van vlees en bloed? Of weten ze in het donker opeens niet meer wat ze doen, en met wie? Vergeten ze alleen dan dat er voorbehoedsmiddelen bestaan? Kunnen ze die niet meer vinden?

Ik vind het geen bevredigende antwoorden. Bij de vruchtbare leeftijdsgroep verwacht ik toch meer levens- en andere lust, die niet alleen opspeelt bij een avondje zonder stroom. In de grote stad is dat misschien maar eens in je leven, misschien zelfs nooit!

Mogelijk ligt het antwoord in het verschil tussen stad en platteland. Sinds we hier voor het eerst zonder electra zaten en met een oude aansteker wanhopig zochten naar die ene zaklamp (die het uiteindelijk niet bleek te doen), zijn we beter geoutilleerd. Zaklampen op vaste plaatsen, een voorraadje lucifers, waxinelichtjes en kaarsen, petroleumkacheltjes, hout en voor elk bed een kruik bijvoorbeeld. Als de stroom weer eens uitvalt hoeven we ons dus niet blindelings aan de eerste de beste warm aanvoelende voorbijganger te vergrijpen.

In de stad is electriciteit vanzelfsprekender. Als de stroom daar uitvalt houdt bijna alles op. Hout- of petroleumkachels zie je er beduidend minder, om maar te zwijgen van kruiken. En als het geen kerstmis is zijn de kaarsen misschien op. Dan zit je daar in het donker en de kou, niks te doen en niks te zien, je gaat naar je koude bed, kunt niet slapen, woelt wat en voelt wat en van het een komt het ander. Terwijl je op het platteland gewoon je boekje bij de petroleumlamp leest, met je voeten voor het haardvuur.
Als er in oktober sprake is van een geboortegolf in mijn dorp moet ik deze theorie wellicht herzien.


Voor alle duidelijkheid, ik heb geen bezwaar tegen wat er dan van komt. Ik vroeg me gewoon af hoe het zat.

dinsdag 27 januari 2009

storm


Het heeft een beetje gestormd in mijn dorp, en in de wijde, wijde omtrek. Ze hadden ervoor gewaarschuwd, alerte rouge zei Méteo France. Ik wist niet eens dat die bestond, dacht dat alerte orange de hoogste alarmfase was.
Gelukkig hadden we helemaal geen schade. Alle dakpannen zitten nog op het dak, de luiken zitten voor, en het glas in de ramen. We hebben alleen één omgewaaide conifeer. In mijn dorp liggen een hoop omgewaaide bomen die veel mooier, groter en ouder zijn dan die ene conifeer van ons.
Toen de storm op zijn hardst was, zaterdagochtend rond een uurtje of 7, viel de stroom uit. Enkele uren later hield de telefoon ermee op, toen het water en tenslotte ook de mobiele telefoon.
We hebben gelukkig kaarsen, een gaslamp, een gasfornuis en de houtkachel. We zitten rond een radiootje dat op batterijen werkt, en luisteren naar Sud Radio. We mogen de deur niet uit zeggen ze. We krijgen de deur ook nauwelijks open. We halen monopoly tevoorschijn.

Zondag is de lucht strakblauw. Gabrielle, natuurlijk Gabrielle, stuurt een van haar zonen langs met de boodschap dat ze op hun boerderij een generator hebben, en nog plaats in de diepvries. ‘Mijn diepvries is nog ijskoud,’ zeg ik, maar volgens Gabrielle zitten we nog wel even zonder stroom.
Als ik met een zakje diepvriesprodukten bij Gabrielle arriveer, komt haar echtgenoot Jojo net aanrijden met een vorkheftruck met twee diepvrieskisten erop gebonden. In de schuur staan er al drie en ook die zijn geen van allen van Gabrielle. De burgemeester, tevens voorzitter van de jagersvereniging, loopt zenuwachtig rond. Zouden daar toch bijna twee kisten vol everzwijnen en herten weggesmolten zijn!
Als ik van de burgemeester naar Gabrielle kijk, weet ik wie hier eigenlijk burgemeester hoort te zijn. Gabrielle denkt aan iedereen. Ze regelt, organiseert, delegeert. Ze informeert even naar de buitenlandse huizen in ons dorp waarvan ze – terecht – aanneemt dat die onder onze competentie vallen. Ik meld dat alles in orde is, en voel me even bijzonder verantwoordelijk. Over vier jaar stem ik op Gabrielle, of ze nou mee doet aan de verkiezingen of niet.

Maandagavond werken de telefoons en het water weer. Dinsdagmiddag is ook de electriciteit terug. De gaslamp gaat weer tussen de kampeerspullen. De kinderen zetten de televisie aan, en ik de computer. Eigenlijk was het best gezellig, die stroomstoring.

woensdag 21 januari 2009

De bios



Gek genoeg wonen wij maar een kwartiertje van een redelijk grote bioscoop vandaan. Nog gekker is dat die bioscoop in een dorp ligt dat nog kleiner is dan het onze. Er staat een schooltje, een kerk, een paar boerderijen en dan dus die cinéma. De zaal is mooi, de stoelen zacht en ze draaien er alles wat ook in de grote stad draait, alleen minder vaak. Het is er meestal niet druk, behalve toen Bienvenue chez les Ch’tis draaide. Toen was het uitverkocht.

Ik heb me lang afgevraagd waarom er zo’n moderne bioscoop in zo’n klein dorp is gebouwd. Het komt door de balletjuf. In een verbouwde schuur van dat dorp zit namelijk een balletschooltje. De vader van de balletjuf is iets belangrijks in de Conseil Régional. De balletjuf wilde een mooie zaal voor de voorstellingen van haar schooltje. En zo verrees er een cinéma met een podium waar eens paar jaar ook de balletschool optreedt.

Dochter zat ooit op die balletschool. Ze was zeven toen ze meedeed aan de eerste voorstelling, die om 9 uur ’s avonds zou beginnen en uiteindelijk tegen 10 uur ook echt begon. De kleintjes dansten eerst. Daarna zagen we hen alleen terug aan het eind van weer een reeks dansjes, als onderdeel van een soort tableau vivant, waar ze vooraan zaten omdat ze natuurlijk erg schattig waren, die kleine meisjes in hun roze pakjes. Om kwart over één ’s nachts was de voorstelling eindelijk afgelopen. Dochter had het niet leuk gevonden, al die uren die ze zwijgend achter het gordijn hadden moeten doorbrengen. Ze wilde nooit meer dansen.
Maar een mooie bioscoop vlak bij mijn dorp, dat is natuurlijk wel fijn.

modern leven

Gisteren draaide er in de buurtbioscoop de documentaire La vie moderne, van Raymond Depardon. De film gaat over een paar boerenfamilies in de Cevennen. Dat is een eindje van mijn dorp vandaan, maar de oude mannen lieten hun r’s even hard rollen als hier, ze zaten allemaal in dezelfde keukens als hier, ze dronken koffie uit dezelfde bruine koffiekannen en ze hadden allemaal een hond. Erg spraakzaam waren ze niet, maar ze keken allemaal vriendelijk en recht in de camera.
Gewone mensen, zonder mooidoenerij en onnodig geklets. Ik zie ze hier ook, maar pas in de film viel het me op hoe ontroerend ze kunnen zijn.

De bande annonce (is er een ander woord dan trailer in het Nederlands?) is o.a. hier te zien:
http://fr.movies.yahoo.com/l/la-vie-moderne/index-5840294.html

zaterdag 17 januari 2009

uitverkoop

Met sommige data zijn ze hier erg precies. Die van de uitverkoop bijvoorbeeld. De begin- en einddatum daarvan worden jaarlijks vastgelegd in een of andere arrêté préfectoral met een lang nummer, en je mag geen dag eerder beginnen ook al hangen de kortingskaartjes dan al aan de kleren. Dat merkte ik tenminste toen ik op 3 januari een afgeprijsde broek wilde afrekenen die aan de kassa veel duurder bleek. Ze wilden hem overigens wel apart leggen tot de 7e, de dag dat dit jaar de winteruitverkoop begon.

In Nederland is het bijna altijd sale (en soms ook uitverkoop), maar hier zijn de soldes nog zo belangrijk dat ze er elk jaar weer een nieuwsitem van maken. Als het even kan openen ze er zelfs het journaal mee. Ik erger me wel vaker aan dingen die eigenlijk niet zo belangrijk zijn, en dit is er één van. Het zijn elk jaar weer dezelfde beelden en ze zouden ze wat mij betreft ook best mogen hergebruiken (dat scheelt tenminste in de kosten), maar ik ben bang dat er steeds weer een nieuw team op af wordt gestuurd. Dat team zoekt dan een tevreden koper (“deze jas was 280 euro en ik heb er nu 120 voor betaald!”), een zuurpruim die het allemaal nog veel te duur vindt en een winkelmanager die iets over de drukte zegt. De laatste jaren wordt er ook nog iemand aan toegevoegd die de soldes op internet ‘doet’, wat ook dit jaar weer gebracht werd als een verrassend nieuwe ontwikkeling.

Op dat soort momenten vraag ik me af waarom ik naar het televisienieuws kijk en neem me voor dat nooit meer te doen.